donderdag 4 oktober 2012

Antakya-Hatay 
16 september 2012

Onrust aan de Orontes

Ik kom net terug van een vredesdemonstratie 'Turkije en Syrie zijn broeders', die werd gehouden in de binnenstad van Antakya. Duizenden mensen zijn hier naar toe gekomen. De politie heeft barricades opgezet rondom de stad om mensen die vanuit andere steden wilden komen tegen te houden. Dat is niet vreemd, want de demonstratie was illegaal. Toch lukte het een groot aantal om bij een school aan de Orontesrivier te verzamelen.

Ik sta op een grote parkeerplaats voor een school waaraan de ene zijde de politie de menigte uiteen probeert te drijven met traangas, knuppels en watertanks. Op een hoek staat een groep mensen hard te schreeuwen dat de regering ondemocratisch is. Een man scheldt minutenlang de politie de huid vol: 'Hoe durven jullie je eigen burgers aan te vallen?' 

Dan hoor ik twee schoten. Een jongetje dat naast mij staat, krijgt traangas in zijn ogen en begint hard te huilen. 
Mijn ogen prikken ook. Ik haal een citroen uit mijn tas, snijd het door midden en wrijf ermee onder mijn ogen.  

We willen een groep demonstranten interviewen, maar de televisiecamera werkt als een magneet die hun frustratie verergerd en een aantal vrouwen begint op bange toon te schreeuwen: 'Jullie buitenlandse journalisten liegen over ons! Alles is duurder geworden! We hebben geen brood meer te eten! We willen geen oorlog!' En dat doen ze net zo lang tot hun ogen vuur schieten en hun kelen naar adem snakken. Vragen stellen is niet mogelijk.  

Daarna wordt de menigte op de pas gerenoveerde Orontesbrug verdreven naar de straten. Nu zie ik de politie langzaam op hen in lopen. Hoe dichter de politie hen nadert, hoe radicaler hun leuzen worden: Allah, Suriye, Bashar uw bess!* 

Weer hoor ik schoten. Nu meer dan eerst. Witte rookslierten maken de Orontes-rivier mistig en drijft honderdtal mensen richting een plantsoen. Ik hoor gehoest en geschreeuw, terwijl de rook tussen de bomen blijft hangen.

De demonstratie verplaatst zich naar enkele woonwijken ten zuiden van de stad, waar overwegend veel alawieten wonen. De demonstranten gaan door tot in de nacht. Veel jongeren raken er slaags met de politie en worden gearresteerd.

De citroen heeft geholpen, maar ik voel me licht in mijn hoofd. In een lichte roes loop ik weg.


*Vertaling: God, Syrie en alleen maar Bashar!

Van 1 t/m 17 september jl. werkte ik mee aan een documentaire 'Landsgrenzen van Turkije' van de VPRO. Uitzending van de aflevering over de grens met Syrie is op 28 oktober a.s. Vanaf 21 oktober iedere zondag op Nederland 2. 



vrijdag 29 juni 2012

Osmaanse sporen in Gallipoli





De stilte is voorbij. Ik ben weer terug in Amsterdam na een maand Istanbul en Beiroet. Het wordt na elke reis duidelijker dat Amsterdam mijn werkstad is en de steden Istanbul, Antakya en Beiroet plekken zijn waar ik voedsel haal voor mijn werk. Inspiratie doet in deze steden veelvuldig en soms totaal onverwachts haar intrede en laten een spoor achter in mijn hart. Een vriendin en schrijfster in Istanbul verwoordde het treffend: 'Als je naar een andere stad reist voor je boek, lijkt het alsof je reist tijdens je reis'. 

Mijn boek nam mij deze keer mee naar Gallipoli
Het schiereiland waar een van de bloedigste veldslagen uit de Eerste Wereldoorlog plaatsvond. Thuis vertel ik mijn vader  over mijn plan. Hij wilde graag mee. 'Ik ben daar nog nooit geweest, terwijl mijn vader er jarenlang heeft gediend.'
En ík wil verhalen over hem en andere soldaten horen. En de Dardanellen bevaren om deze oorlog te kunnen verbeelden. 
De telefoon gaat. Mijn vader neemt op. Een neef uit Adana. Hij vertelt iets over Ahmed Fuad: een dierbare strijdmakker  van mijn opa in Çanakkale en Gallipoli in 1915.
De Slag om Gallipoli in 1915 -door Turken Çanakkale-oorlog genoemd- begon in de zeestraten van de Dardanellen. Toen de Britten er niet in slaagden hier doorheen te varen, verplaatste het gevecht zich naar het land. Het duurde meer dan een jaar voordat ze het opgaven en vertrokken. Volgens velen was deze slag significant anders dan andere in de wereld. Het verhaal gaat dat Osmaanse soldaten vriendschap sloten met de Australiërs en Nieuw-Zeelanders. Vriendschap sluiten terwijl je elkaar beschiet? Is dat mogelijk? In deze slag blijkbaar wel. In stille perioden tijdens de loopgravenoorlog gooiden Osmaanse soldaten zwarte thee, zonnebloempitjes en brood naar de Australische en Nieuw-Zeelandse soldaten. Zij wierpen op hun beurt chocola en sigaretten naar de Osmaanse soldaten. 

Maar daarna werd er weer geschoten. 

Op sommige momenten werden er per een vierkante meter maar liefst 6.000 kogels afgevuurd. Overblijfselen van kogels die elkaar doorboren verwijzen hier naar. En er is het verhaal van een Osmaanse soldaat die een Nieuw-Zeelandse ternauwernood redde van zijn verwondingen door hem naar de medische eenheid te dragen. Hun achterkleinkinderen vormen nu een transnationale community die op 23 april bij elkaar komt op de jaarlijkse oorlogsherdenking. Turkse radiozenders wijden er speciaal urenlange live-reportages aan en tegenwoordig spreekt de geschiedsschrijving van 'The Last Gentleman's War'. 


Op de boot richting het schiereiland vraag ik mijn vader wat er met Ahmed Fuad is gebeurd: ‘Deze man was tien jaar ouder dan je opa en diende in dezelfde eenheid in Gallipoli. De gevaren die ze samen hebben doorstaan, zorgden voor een hechte band. Ahmed Fuad was een soort vader voor je opa. Vlak voor het einde van de slag hier, raakte hij gewond aan zijn oog en stierf in de armen van mijn vader.

Nog nauwelijks bijgekomen van dit aangrijpende verhaal, komen we aan bij Gallipoli en raak ik overweldigd door de duizenden namen op de grafmonumenten. Onze gids ontpopt zich tot een doorgewinterde nationalist en vertelt zijn verhaal met bijbehorende dramatische intonatie zonder onderbrekingen. Alhoewel de groep niet groot is, kunnen we hem geen vragen stellen. Een gesprek voeren over zijn verhaal kan ook niet, omdat hij zich nu eenmaal geïdentificeerd heeft met de nationale geschiedenis die hij letterlijk uit zijn hoofd heeft geleerd.

Het valt mij op dat de geschiedenis die ons hier verteld wordt, gelardeerd is met ongelooflijke heldhaftigheid van mannen die een onvoorwaardelijke vaderlandsliefde hadden en ongekend opofferingsgezind waren. Met iemand die daar heilig in gelooft in discussie gaan heeft geen zin. Om de zoveel keer dat hij stukjes geschiedenis opdreunt, toonde onze gids met een beetje vermoeide toon zijn bezorgdheid over het huidige Turkije: 'ons land is in de uitverkoop en wordt verkocht aan het buitenland'. Een veel gehoorde klacht van nationalistische Turken. 
Hij laat ons snel kennismaken met de oorlogsheld Koca Seyyit. Deze man zou op een cruciaal moment een kogel van 257 kilo getild hebben. Ik geloofde het niet, maar de gids verzekerde ons dat deze plotseling de beschikking had over een bovenmenselijke kracht. Hij zorgde in zijn eentje voor een schot op de Britse scheepsvloot Queen Elizabeth, die explodeerde en vervolgens voor eeuwig in de Zee van Marmara zonk. Koca Seyyit was niet alleen dapper, maar hij zou ook extreem nobel zijn geweest en na de oorlog geen financiële hulp aangenomen hebben van Mustafa Kemal, die hem later een persoonlijk bezoek bracht. 'Hij heeft alles met veel liefde opgeofferd voor het vaderland zonder aan zichzelf te denken.'
Stil vraag ik me af of er ook monumenten zijn voor niet-Turkse soldaten, voor Osmaanse soldaten van andere etnische afkomst. Is er überhaupt ergens een vermelding te vinden, dat deze slag een Osmaanse was? 

En dan komen we -eindelijk- bij dit opvallende doorzichtige monument: Stop bezoeker! Betreed deze grond bewust en met kennis van de geschiedenis. Tijdens de strijd in de Eerste Wereldoorlog kwamen soldaten uit alle uithoeken van het land wiens namen bekend zijn, samen met mensen wiens namen en afkomst onbekend zijn in duizendtallen naar de fronten in Çanakkale, Irak, Macedonië, Oost-Kaukasus, Palestina, Roemenië, Syrië, de Arabische Hijaz -huidige Saudi-Arabië- en Galicië. Er werd tegelijkertijd op meer dan negen Osmaanse fronten gevochten. Deze opsomming betreft de namen van zestigduizend slachtoffers die hier aan het Canakkale-front omgekomen en wiens namen achtergehaald zijn.' Onderaan staat het aantal slachtoffers per Osmaanse provincie: Adana, Palestina, Kosovo, Macedonië, Irak, Aleppo... 
De lijst met plaatsnamen gaat zo nog even door.
Dit is eindelijk een monument dat bewijst dat het om een Osmaanse oorlog ging. De soldaten die in 1914 werden opgeroepen vochten met één gezamenlijk doel: hun Osmaanse rijk verdedigen tegenover Westerse machten en hun plannen. Van een oprichting van een Turkse Republiek of onafhankelijkheidstrijd was op dat moment geen sprake. 
Het werd een emotionele week in Çanakkale. Het doel van mijn reis was het gebied te kunnen beschrijven in mijn boek, niet om er een emotionele ervaring op te doen. Maar dat is wel gebeurd en dat geldt zeker voor mijn vader. 
Die emoties hebben van mij echter geen patriot gemaakt, zoals het doel lijkt te zijn van de georganiseerde reizen voor vrouwen met hoofddoek en schoolkinderen die we overal in grote groepen tegen komen. De verhalen over de Gentlemen die hier vochten, raken je toch. 

In totaal kwamen hier meer dan een half miljoen mensen om.
Terug op de boot naar Çanakkale, maakt mijn vader zijn verhaal nog af:
Toen mijn vader zijn eerste zoon kreeg, mijn oudste broer, vond de familie dat hij hem Zafer (overwinning) moest noemen. Maar mijn vader antwoordde geïrriteerd: Nee, er waren geen overwinnaars in Gallipoli. Ik noem hem Ahmed Fuad, naar mijn beste vriend die omkwam in die vreselijke oorlog!
Mijn oom Ahmed Fuad overleed in Adana in 1989. Iedere zomer gingen we eerst bij hem en zijn vrouw en kinderen op bezoek. We kusten zijn hand. Ik herinner me de lange tafel die altijd in een mum van tijd gedekt werd. De analı kuzulu, sjeich almahshi en de cacık verwelkomden ons. Ik herinner me nog zijn brede lach, blauwe ogen en veel te grote bril. 



'Those heroes that shed their blood and lost their lives, you are now living

in the soil of a friendly country therefore rest in peace,

there is no difference between the Johnnies and the Mehmets to us
 where they lie side by side here in this country of ours
you, the mothers who sent their sons from far away countries wipe away your tears, your sons are now lying in our bosom and are in peace after having lost their lives on this land they have become our sons as well.' Atatürk 1934




maandag 11 juni 2012

Lichamelijke uitdrukking van klanken

Dit artikel verscheen op 11 juni 2012 op het blog van Holland Festival

Toen de compositie af was in 1928, verwachtte Maurice Ravel dat veel orkesten het zouden weigeren te spelen vanwege de eindeloze herhaling van klanken. Het tegendeel bleek waar, Bolero werd een sensationeel succes, maar het is zelden in balet-vorm te zien geweest. Ravel had aanvankelijk de wens deze compositie op te laten voeren in de buitenlucht, met een fabriek op de achtergrond die de mechanische aard van muziek zou reflecteren.
Het zou dus heel goed kunnen dat Ravel erg blij zou zijn met Olivier Dubois’ interpretatie. De Franse choreograaf koos voor Ravel’s beroemdste compositie, omdat het voor hem klinkt als ‘de ontknoping van een plot waarbij in het begin al de kaarten op tafel liggen. Er zijn geen verrassende wendingen, maar ook geen echo’s van de voorgaande klanken.’ De vrouwen zijn er om het lichaam voor te stellen als uiting van de ‘werkende massa’ -het lichaam van de verzetstrijdster-, waarvan de waarde bepaald moet worden.
Dubois’ keuze voor palen is een goede, op deze manier wordt de nadruk gelegd op de rotaties van een machine en maakt hij misschien wel Ravel’s aanvankelijke wens -bijna- waar. De setting is dan niet met een fabriek op de achtergrond, maar we wanen ons op deze manier wel in een fabriek waarin de mens een machine is. Wat is er in dat geval beter dan die fabriek voor te stellen als een langdurige maar levensveranderende transformatie zoals een revolutie?

Trance

Door de korte en krachtige bewegingen van de vrouwen wordt een stacatto effect bereikt. Ze bewegen precies gelijk, wat de kracht van de beweging vergroot. De vraag rijst op of we de bewegingen van deze vrouwen tezamen een dans kunnen noemen? Het lijkt eerder op sec een lichamelijke uitdrukking van de klanken. De muziek speelt de hoofdrol in Révolution, niet de mens, waarbij het repetitieve karakter van Bolero je bijna in een trance doet komen. Het heeft iets weg van de draaiende soefi-derwisjen, die zich vanuit hun leer ook dienen te verzetten tegen decadentie en andere behoeften om volledig ascetisch te kunnen worden. Zo moeten deze vrouwen die soms stoppen, vermoeid raken, op de grond vallen, weer opstaan en doorgaan totdat ze weer in dezelfde ritme bewegen en uiteindelijk uitgeput raken.
Het publiek wordt bij Révolution gedwongen zich in te leven in de werkende vrouw en deelgenoot te zijn van het lange en pijnlijke beleving van revolutionaire processen. Het publiek wordt om solidariteit en respectvol geduld gevraagd. Soms is er verlichting en lijkt het alsof de vrouw haar haren vrij laat wapperen, maar haar ritme is altijd in gelijke tred met de rest van de ‘onderdelen’. Hun doorzettingsvermogen leidt tot verlossing van het lijden en uitputting: een revolutie.
Révolution staat vanavond in Theater Bellevue

woensdag 6 juni 2012

Een mens heeft open eindes nodig

Dit artikel verscheen op 6 juni 2012 op het blog van Holland Festival



Al-Bassam (1972), opgeleid in Londen, zette o.a. Sabab (oorzaak) Theater op in Koeweit. In zijn laatste voorstelling The Speaker's Progress spelen ster-acteurs en actrices uit Irak, Syrië, Libanon en Jordanië. Op de goed verzorgde website lees ik lovende recensies in Koeweitse, Amerikaanse en Britse kranten. Shakespeare’s werk wordt in de Arabische wereld al meer dan honderd jaar geïnterpreteerd en bewerkt door Arabische regisseurs voor een Arabisch publiek. Maar The Speaker’s Progress is geen typische in de Arabische-Shakespeare traditie.
The Speaker’s Progress is een bewerking van het laatste deel van Al-Bassam’s Arabische Shakespeare trilogie: The Twelfth Night, een vervolg op al-Hamlet Summit en Richard III, an Arab Tragedy. Na de première in Koeweit vorig jaar, was het te zien in Libanon, Boston, New York en Tunesië.
De oorspronkelijke versie van Shakespeare is een romantische komedie, maar in de handen van Al-Bassam verandert de context en inhoud geheel. Het verhaal speelt zich af in een naamloos Arabisch totalitair land. Hier duikt ineens een verboden bewerking van The Twelfth Night uit de jaren ‘60 op. Een team van onderzoekers wil terug naar de gouden tijd, waarin theater nog een platform was voor dialoog en mensen nog om kunst gaven. – Tegenwoordig een veel gevonden visie in Europa. - 
Na even googlen stuit ik op tal van wetenschappelijke artikelen over Al-Bassam’s interpretatie van Shakespeare. ‘Zijn’ Shakespeare zou niet alleen maar iets nieuws melden aan een Arabisch publiek, maar ook een westers publiek aanspreken. ‘Het regisseren van theatervoorstellingen en acteren zijn in The Speaker’s Progress laboratoria die zelf in een staat van verandering en transformatie zijn.’ De censuur op kunst, die de dominante orde tegenspreekt of bekritiseert, is in de Arabische wereld sinds jaar en dag een onderwerp van intellectuele discussie. Maar Al-Bassam schenkt ruim aandacht op de veranderende theaterkunst zelf. Hiermee spreekt Al-Bassam ook een westers publiek aan. De regisseur brengt op deze wijze een nieuwe vorm en betekenis van The Twelfth Night in de Arabische traditie van Shakespeare-bewerkingen.
Heeft u ook wel eens een voorstelling gebaseerd op Arabische literatuur of poezie?
'Nee, niet direct. Ik haal inspiratie uit Shakespeare, maar ik heb ook een aantal voorstellingen zelf geschreven. Het gaat mij niet om het tackelen van regionale of lokale problematiek. Mijn doel is tot nieuwe betekenissen te komen en nieuwe ideeen te ontwikkelen.’
The Speaker’s Progress heeft dankzij de acteurs wel een duidelijke link naar de Arabische opstanden: Al-Bassam veranderde zijn bewerking radicaal nadat de opstanden in Tunesië begonnen vorig jaar. ‘Bij de opvoering in Tunesië ontstond er behoorlijke opschudding in de zaal, nadat een van onze acteurs onwel werd op het podium. Het publiek was geschokt over zijn ‘verdwijning’, waarna ze ons begon te ondervragen wat er met hem was gebeurd. De toeschouwers werden onderdeel van de voorstelling. Ik was er blij mee.’
Het vertrek van een aantal Arabische dictators heeft voor The Speaker’s Progress een geen optimistischer eind bewerkstelligd. “Nee, ik heb gekozen voor een open eind. Als mens hebben we behoefte daaraan. Jij mag me na de voorstellingen wel vertellen of het geheel optimistisch dan wel pessimistisch is.’
Dit tezamen met de ster-acteurs belooft het een komische, spannende en uitdagende avond te worden.



Lees meer over The Speaker's Progress en interviews met artiesten en kunstenaars die optreden tijdens het Holland Festival 2012 op het HF-blog. Hier kun je ook je tickets kopen: http://www.hollandfestivalblog.nl/tag/the-speakers-progress/






Syrische ster-acteur Fayez Kazak zet zijn handtekening 

















vrijdag 13 mei 2011

Ontmoeting met dichter Haidar
Beirut, maart 2011

Op een regenachtige middag in Hamra liep ik Ta-marbuta binnen. Ta-marbuta is een groot eetcafe midden in Hamra, dat ook als expositieruimte en leesruimte dienst doet. Hier komen van oudsher Libanese intellectuelen, kunstenaars en schrijvers met linkse ideologieen. Ze praten op ingetogen toon over wat er in hun land en stad mis is en wat er in de rest van de Arabische wereld gebeurt. Ik bestel een linzensoep. ‘De lekkerste van de hele stad,’ had een Libanese vriendin mij verzekerd. Naast mij staat een grote man, die ineens van opzij naar mij kijkt en al zoekende naar woorden mij begint aan te spreken. ‘Your beauty is like a rare lotusflower’, waarna hij mij vraagt of ik weet waar de ‘lotusflower’ groeit? ‘Its a rare flower which you will only find high in the mountains of the Himalaya.’ Hij voegt daar aan toe dat hij een dichter is en uit Baalbeck komt. Zijn naam is Haidar, dat leeuw betekent. Ik bedank hem voor de complimenten en zie dat de jongens achter de bar mij stiekem aankijken en beginnen te lachen. Haidar is geen onbekende in Ta-marbuta. Ik draai me om en wacht op mijn linzensoep. Ineens spreekt Haidar me in het Duits aan en vraagt of ik uit Duitsland kom. Ik kan nog net mijn lach inhouden: van ‘you look like a rare lotusflower’ naar ‘sprechen sie Deutsch?’ is nogal een bizarre wending, zelfs voor een kosmopolitische stad als Beiroet. ‘Ik kom uit Nederland, maar mijn ouders komen uit Turkije, maar zijn Arabisch van oorsprong, ze komen uit Liwa Iskandarun (provincie Hatay),’ leg ik uit. 

Waarom kan ik die drang om mijn afkomst tegen vreemden helemaal uit te leggen niet inhouden? Meteen heb ik spijt. Bovendien zeggen sommige vrouwen, dat je in deze regionen van de wereld als vrouw beter niet langer dan tien minuten met een vreemde man moet praten. Maar die zijn Haidar niet tegengekomen

Haidar kijkt me nu met donkere waterige ogen vragend aan. Ik zie hem denken: 'Arabische Turkse?' 'Nederlandse Arabische?' I don’t understand, antwoordt hij begrijpelijk. Ik snap het ook niet Haidar. Ik herhaal het maar nog een keer en word ongeduldig. Ik draai mijn hoofd weer om en maak aanstalten om een plekje te zoeken aan de andere kant van de cafe. Een tafeltje voor het raam is nog vrij. Om mij heen zitten allerlei studentikoze jongeren achter hun laptops druk te typen. Ook ik zet mijn laptop aan en probeer me te concentreren. 

Nog geen tien minuten later zie ik dat Haidar recht op mij afloopt. In zijn ene hand heeft hij een Turks kopje koffie en in zijn andere hand een map vol paperassen, die hij vast en zeker volgeschreven heeft met smartelijke liefdesgedichten. Op een halve meter voor mij staat hij stil, kijkt mij aan en zegt: 'your beauty is magnifiying, it has a truly magnifying effect on me.' 'You can either invite me for a drink or dismiss me, its up to you.' Ik wist niet waar ik moest kijken. De twee meiden die rechts van mij zitten, zijn inmiddels gestopt met praten en luisteren naar hem en kijken vol verwachting naar mij. 'I am sorry but I have to dismiss you,' zeg ik. Zonder een spoor van onzekerheid, antwoordt hij: ‘Well, I might be leaving, but I will take your beauty with me.’ Wat een doorzetter. 

Een van de meiden draait zich naar mij toe en legt uit dat hij dat altijd doet als hij te veel heeft gedronken. Ik moet bekennen dat ik gecharmeerd ben van deze cavalierachtige hofmakerij, waarover je alleen nog maar in boeken leest. Haidar gaat langzaam en met opgeheven hoofd weg op een schaduw van een paard en ik drink verwonderd een eerste slok van de linzensoep. Die vriendin heeft gelijk. Ta-marbuta serveert overheerlijke linzensoep.